Een substraat moet twee dingen tegelijk doen die elkaar lijken tegen te spreken: water vasthouden en lucht doorlaten. Wortels nemen water en voeding op, maar ze ademen ook. Zonder zuurstof in de wortelzone stopt de wortelgroei, raakt de opname van voeding verstoord en krijgen schimmels als Pythium vrij spel. De verhouding tussen water en lucht in de pot is daarom een van de belangrijkste eigenschappen van een substraat, en tegelijk een van de minst zichtbare.
Grote en kleine poriën
Een substraat bestaat voor het grootste deel uit holle ruimte: bij veen en kokos vaak 85 tot 95 procent van het volume. Die ruimte zit in poriën van verschillende grootte. Kleine poriën houden water vast door capillaire werking; grote poriën lopen na een watergift leeg en vullen zich met lucht. De verdeling tussen kleine en grote poriën bepaalt dus hoeveel water en hoeveel lucht er in de pot achterblijft nadat het overtollige water is weggelopen.
Fijne grondstoffen zoals fijn veen en kokosmerg hebben veel kleine poriën en houden veel water vast. Grove materialen zoals bark, grove kokosvezel en perliet hebben vooral grote poriën en brengen lucht. Door ze in de juiste verhouding te combineren, stel je de balans in.
De pot speelt mee
Hetzelfde substraat gedraagt zich in een lage pot anders dan in een hoge container. Na een watergift blijft onderin elke pot een verzadigde zone staan waar het water niet uit wegloopt. In een lage pot of tray neemt die natte zone een groot deel van het volume in; in een hoge container is het relatief een klein deel. Daarom vragen kleine potten en trays meestal een luchtiger substraat dan grote containers, ook al lijkt het gevoelsmatig andersom.
Ook de manier van oppotten telt. Een substraat dat te nat of met te veel druk wordt verwerkt, verliest grote poriën. Het luchtgehalte in de pot valt dan flink lager uit dan de specificatie doet verwachten.
Wat bepaalt de balans?
- Grondstoffen: veen en fijne kokos voor water; bark, grove kokos, houtvezel en perliet voor lucht.
- Fractie: hoe grover de deeltjes, hoe meer grote poriën. Een fractie van 0-5 mm gedraagt zich heel anders dan 0-25 mm.
- Potmaat en -hoogte: lagere potten houden relatief meer water vast.
- Verwerking: aandrukken, trillen en te nat oppotten verdichten het substraat.
- Tijd: organische grondstoffen breken af. Houtvezel gaat sneller dan veen of kokos; bij lange teelten neemt het luchtgehalte geleidelijk af.
- Watergift: eb-vloed, druppelbevloeiing en een regenleiding verdelen het water elk anders over de pot.
Hoeveel lucht is genoeg?
Een vaste norm bestaat niet. Het luchtgehalte van substraten wordt meestal gemeten bij een lichte zuigspanning (pF 1), wat ongeveer overeenkomt met de situatie in een pot net na het uitlekken. Voor veel potteelten zit een luchtgehalte van ergens tussen de 10 en 25 procent van het volume in de goede richting. Gevoelige gewassen, lange teelten en natte omstandigheden vragen eerder de bovenkant van dat bereik; snelle teelten met een nauwkeurig watergeefsysteem kunnen met minder toe.
Belangrijker dan een getal is de vraag of het substraat past bij jouw teelt en jouw manier van water geven. Een luchtig substraat vraagt vaker water; een waterrijk substraat vraagt meer terughoudendheid.
Sturen in de praktijk
- Kies de structuur op basis van potmaat, teeltduur en watergeefsysteem, niet alleen op basis van het gewas.
- Pot niet te nat en niet te vast op. Een substraat dat aanvoelt als een uitgeknepen spons is meestal goed.
- Blijven potten te nat? Overweeg een iets grovere fractie of een hoger aandeel grove kokos of perliet.
- Drogen potten juist te snel uit? Een hoger aandeel fijne kokos of veen, of een bevochtiger, helpt het substraat sneller weer water op te nemen.
- Let bij veenarme en veenvrije mengsels op de bovenlaag: die kan droog ogen terwijl het onderin nog nat is. Til potten op of weeg ze voor een beter beeld.
Meten in plaats van gissen
Twijfel je of je substraat de juiste balans heeft? Met een uitgebreide substraatanalyse worden onder meer het lucht- en watergehalte bepaald. Leg de uitkomst naast je teeltervaring, dan zie je snel of het aan het substraat ligt of aan de watergift. Bij een maatwerkmengsel kunnen we de verhouding van de grondstoffen en de fractie daarna gericht bijstellen.


















